Lectoraat Leefstijl en Gezondheid

Het onderzoek van dit lectoraat richt zich op het ondersteunen, herstellen en handhaven van de zelfredzaamheid van burgers met (met name) chronische aandoeningen tijdens de zorg. Hun zelfredzaamheid wordt bevorderd en ondersteund door ervoor te zorgen dat ze beter in staat zijn te doen wat ze willen, door lichamelijke conditie te verbeteren, gezondheidsvaardigheden (health literacy) te stimuleren, ander gedrag aan te leren en te werken aan andere persoonsgebonden factoren, zoals ziektebeleving. Waarbij zelfredzaamheid wordt opgevat als de capaciteit van een mens om zijn leven zelfstandig te leiden al dan niet met ondersteuning, opdat hij optimaal kan deelnemen aan de maatschappij, in overeenstemming met zijn wensen en mogelijkheden.

Bewegen beïnvloedt zelfredzaamheid

Voor zelfredzaamheid en participatie in de samenleving is een goede lichamelijke conditie een voorwaarde. Regelmatig bewegen is goed voor de lichamelijke conditie en gezondheid, en andersom brengt lichamelijke inactiviteit gezondheidsrisico’s met zich mee en verlies van conditie. Bij mensen met (chronische) aandoeningen die voldoende beweeggedrag bemoeilijken, speelt het risico om steeds minder actief en fit te worden. Hierdoor ontstaan nog meer gezondheidsproblemen en vermindert de zelfredzaamheid.

Bewegen kan op verschillende manieren ingezet worden. Het kan dienen voor (secundaire) preventie van een ziekte of aandoening, om achteruitgang in (ADL) functioneren te beperken, maar kan ook worden benut als therapie (denk aan fysiotherapie of oefentherapie) om weer activiteiten te kunnen verrichten en fysiek beter te functioneren met als doel het verhogen van gezondheid, de kwaliteit van leven en het verbeteren van zelfredzaamheid.

Allerlei factoren kunnen voldoende bewegen in de weg staan. Is de patiënt therapietrouw, dus doet hij zijn oefeningen volgens voorschrift en maakt hij zijn revalidatieprogramma af? Daarvoor is het belangrijk dat de patiënt begrijpt wat zijn therapeut zegt en dat er een goede patiënt-therapeutrelatie is. Persoonlijke factoren kunnen meespelen, zoals leeftijd, geslacht, motivatie, ziektepercepties, beperkte gezondheidsvaardigheden en houding ten opzichte van fysieke activiteit. En ook sociale factoren zoals de invloed van ouders op het beweeggedrag van kinderen met een beperking.

Het lectoraat heeft drie onderzoekslijnen op het gebied van:

Innovatie

Het lectoraat ontwikkelt haar kennis voor én met de onderwijs- en beroepspraktijk (vooral oefentherapeuten Cesar en fysiotherapeuten). Het doel is innovatie:

  • innovatie van de zorg en netwerken op het gebied van bewegen en gezondheid
  • innovatie van onderwijsprogramma’s van studenten en academisering van docenten

Hoe innoveert het lectoraat de beroepspraktijk? Een voorbeeld

Het lukt thuiswonende patiënten die een beroerte hebben gehad vaak niet goed om te blijven bewegen. Een aantal fysiotherapeuten vroeg daarom het lectoraat om hulp bij het ontwikkelen van een effectief, goedkoop instrument dat deze patiënten motiveert om fysiek actief te blijven. Het instrument moet aansluiten bij de beperkingen en thuissituatie van de patiënt. En fysiotherapeuten moeten ermee op afstand de loopactiviteit van patiënten kunnen meten, om beter inzicht te krijgen in de vooruit- of achteruitgang daarvan.

Het lectoraat onderzoekt binnen het onderzoeksproject Active after Stroke (ACTS) samen met onderzoekspartners:

  • hoe je de loopactiviteit van thuiswonende mensen die een beroerte hebben gehad zo goed mogelijk kunt terugkoppelen naar de beweegprofessional en naar de mensen zelf;
  • hoe je mensen kunt coachen naar meer beweeggedrag
  • welke elementen van het coachen het meest effectief zijn