TO-ENGAGE

Promotieonderzoek over communicatieve redzaamheid van kinderen met een Taalontwikkelingsstoornis
Looptijd: 2018 - 2022
Betrokkenen: prof dr. Ellen Gerrits, Hogeschool Utrecht en Universiteit Utrecht, dr. Margreet Luinge, Hanzehogeschool Groningen, Ingrid Singer, Hogeschool Utrecht. 

Relevantie voor de beroepspraktijk en het onderwijs

Bij kinderen met een Taalontwikkelingsstoornis (TOS) komt de taalontwikkeling niet goed op gang, ondanks voldoende taalaanbod. Vaak houdt een kind met TOS zijn leven lang moeite met taal en communicatie. Dit kan gevolgen hebben voor de sociaal-emotionele ontwikkeling en het leren op school. Bij het vermoeden van TOS beoordelen logopedisten de taalvaardigheid van het kind. Daarnaast willen logopedisten een oordeel vormen over de impact van TOS op de communicatieve redzaamheid van kinderen. Het beschrijven van de impact van taalproblemen past bij het denkkader van het ICF (International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF), WHO, 2001), dat heeft geleid tot een verschuiving van stoornisgerichte-, naar functioneringsgerichte diagnostiek en behandeling. Op dit moment ontbreekt het echter aan instrumenten om CR in kaart te brengen. Ook is het duidelijk welke factoren van invloed zijn op de CR, en dus waarop een behandeling zich zou moeten richten. 


Doel
Het doel van dit onderzoek is het bevorderen van functioneringsgerichte diagnostiek en behandeling van kinderen met TOS. Er wordt onderzocht welke omgevings- en persoonlijke factoren van invloed zijn op de CR van jonge kinderen met TOS en wordt een gezamenlijk begrippenkader ontwikkeld. Daarnaast worden de klinimetrische eigenschappen van FOCUS-34-NL onderzocht; een oudervragenlijst waarmee logopedist de impact van de TOS op het dagelijks leven van jonge (1;6-5;11 jaar) kinderen kan meten (Thomas-Stonell, Oddson, Robertson, Walker & Rosenbaum, 2012). 

Vraagstelling
De hoofdvraag van het onderzoek is: ‘Wat houdt communicatieve redzaamheid (CR) in bij kinderen tussen twee en acht jaar met TOS, en hoe kan CR op betrouwbare wijze worden geëvalueerd na een periode van taaltherapie?’ Deelvragen die hierbij beantwoord zullen worden zijn:

  1. Wat is CR vanuit het perspectief van ouders van een kind met TOS en de professionals die deze kinderen behandelen en begeleiden? 
  2. Welke omgevings- en persoonlijke factoren zijn van invloed op de mate waarin een kind met TOS communicatief redzaam is? 
  3. Wat is de inhoudsvaliditeit, structurele validiteit, constructvaliditeit, betrouwbaarheid en interpreteerbaarheid van de oudervragenlijst FOCUS-34-NL?

Beoogde resultaten 

Wat is communicatieve redzaamheid?
In het praktijkgerichte onderzoeksproject ENGAGE is in een Delphistudie met ouders van kinderen met TOS en professionals uit verschillende disciplines een definitie van het begrip ‘communicatieve redzaamheid’ ontwikkeld. De definitie luidt: “Communicatieve redzaamheid is het begrijpen en begrepen worden in een sociale context door het inzetten van verbale en/of non-verbale communicatieve vaardigheden.” Consensus over het begrip verkleint de kans op ongewenste verschillen in toegang tot zorg- en onderwijstrajecten. Bovendien biedt de definitie van communicatieve redzaamheid een basis voor ouders en professionals bij het bespreken van de hulpvraag en behandeldoelen. Met behulp van de uitkomsten van de Delphi studie en in co-creatie met logopedisten en ouders van een kind met TOS is de gesprekstool ENGAGE ontwikkeld. Hiermee kan de logopedist het perspectief van de patiënt een centrale plaats in de behandeling geven en optimaal inspelen op de hulpvraag. TO-ENGAGE bouwt voort op de reeds ontwikkelde kennis en producten. Drie wetenschappelijke publicaties over deze studies zijn in voorbereiding.

Factoren die de communicatieve redzaamheid beïnvloeden
Het is voor logopedisten van belang om te weten welke factoren de communicatieve redzaamheid van kinderen met TOS beïnvloeden. Om een overzicht te krijgen van factoren die van invloed zijn op communicatieve redzaamheid wordt een scoping study uitgevoerd. Om samenhang te ontdekken tussen de factoren, overzicht te creëren en de factoren praktisch bruikbaar te maken, worden ze in een model geplaatst. Drie bruikbare modellen worden gezocht in een tweede scoping study. Het best passende model wordt geselecteerd tijdens workshops met docenten en onderzoekers HU Logopedie en logopedisten. De passendheid van het geselecteerde model wordt getoetst door persoonlijke- en omgevingsfactoren die in de Delphi studie naar CR zijn genoemd in het model te plaatsen. 

Klinimetrisch onderzoek FOCUS-34-NL
De inhoudsvaliditeit, structurele validiteit, constructvaliditeit, betrouwbaarheid en interpreteerbaarheid van FOCUS-34-NL worden onderzocht. Hierbij worden verschillende methoden gebruikt. De inhoudsvaliditeit wordt onderzocht door de vragen van FOCUS-34-NL door een panel van ouders van een kind met TOS, jongvolwassenen met TOS en professionals te laten beoordelen op passendheid bij communicatieve redzaamheid. De structurele validiteit wordt onderzocht door FOCUS-34-NL af te nemen bij ouders van kinderen met een spraakontwikkelingsstoornis en bij typisch ontwikkelende kinderen. Deze data worden verzameld binnen het promotieonderzoek SPEECH van Anniek van Doornik. Deze data worden ook gebruikt om de constructvaliditeit van FOCUS-34-NL te onderzoeken. De constructvaliditeit wordt verder onderzocht door een aantal hypothesen te toetsen over de samenhang tussen scores op FOCUS-34-NL en andere meetinstrumenten (TAPQOL, CELF-preschool-2-NL, en een 11-punts Likertschaal voor het beoordelen van CR), bij kinderen met TOS en kinderen met een normale taalontwikkeling. De betrouwbaarheid wordt onderzocht door een herhaalde afname van de FOCUS-34-NL bij ouders van kinderen met TOS en kinderen met een normale taalontwikkeling. Daarnaast wordt onderzocht hoe de verschilscore FOCUS-34-NL op na een periode van taaltherapie geïnterpreteerd moet worden. 

Samenwerking
Het onderzoeksproject wordt uitgevoerd in samenwerking met professionals werkzaam in instellingen voor zorg en onderwijs voor kinderen met spraak- en taalontwikkelingsstoornissen. Daarnaast wordt samengewerkt met een instelling voor kinderopvang en scholen voor basisonderwijs in de regio Utrecht. Er wordt eveneens samengewerkt met logopediepraktijken in de vrije vestiging, ouder- en patiëntenverenigingen.

Begeleiding

  • Prof. dr. Ellen Gerrits, promotor, Universiteit Utrecht, Faculteit Geesteswetenschappen, Utrecht Institute of Linguistics OTS, Hogeschool Utrecht, Faculteit Gezondheidszorg, Lectoraat Logopedie: Participatie door Communicatie
  • Dr. Margreet Luinge, co-promotor, Hanzehogeschool Groningen, Lectoraat Kind, Taal en Ontwikkeling. 
    De begeleidingscommissie bestaat uit dr. Karin Wiefferink (hoofdonderzoeker Onderzoek en Ontwikkeling, NSDSK), dr. Marjolijn van Weerdenburg (Universitair docent, Radboud Universiteit) en dr. Rob Zwitserlood (Senior onderzoeker lectoraat logopedie: Participatie door Communicatie, Hogeschool Utrecht). 

Financiering
Het promotieonderzoek wordt gefinancierd met de HU promotievoucher voor docent-onderzoekers.
 

 

 

 

 

Logopedie: Participatie door Communicatie

Logopedie

Over het lectoraat