"We moeten forensisch sociaal werker beter toerusten voor complex vak"

08-11-2018

Het werk van forensisch sociale professionals, zoals reclasseringswerkers, casemanagers in de gevangenis en sociotherapeuten in de forensische zorg, is de laatste jaren complexer en zwaarder geworden. Dat komt doordat steeds meer van hun cliënten kampen met zware en meervoudige problematiek. Om betere hulp te kunnen bieden is meer samenwerking in het forensisch sociale domein nodig, meer zeggenschap voor cliënten, en professionals die beter zijn toegerust voor hun taken. Aldus dr. Vivienne de Vogel en dr. Jacqueline Bosker, beiden aangesteld als lector Werken in Justitieel Kader bij Hogeschool Utrecht, in hun openbare les van 8 november 2018.

Vogel en Bosker

De afgelopen tien jaar is er veel veranderd binnen het forensisch sociale domein. Gemeenten spelen een grotere rol en de reguliere geestelijke gezondheidszorg moet het doen met veel minder geld. Tegelijkertijd is de toegang tot de forensische zorg sterk verbeterd en ook steeds vaker ambulant. Dat betekent dat beschermende factoren als werk, familierelaties en vrijetijdsbesteding in stand kunnen blijven tijdens het zorgtraject. 

Forensisch sociale professionals die in een kliniek of justitiële jeugdinrichting werken, hebben door de verbeterde toegang vaker cliënten die kampen met zwaardere en meervoudige problematiek, bijvoorbeeld mensen met zowel verstandelijke beperkingen als een verslaving. De ‘lichtere gevallen’ komen vaker terecht bij professionals in onderwijs, opvoeding, schuldhulpverlening, jeugdgezondheidszorg en sociale activering. De professionals die daar werken, zijn meestal minder bekend en opgeleid voor het werken met forensische cliënten.

Meer continuïteit en samenwerking

Vivienne de Vogel: “Werken in justitieel kader is een boeiende, maar complexe opdracht met zware verantwoordelijkheden. Werken met deze doelgroep kan ontzettend lastig zijn, en je kunt problemen als agressief gedrag niet altijd voorkomen. Maar sommige zaken in de forensische zorg kunnen echt beter. Interventies sluiten vaak niet op elkaar aan, passen niet bij de cliënt of zijn niet bewezen effectief. Met name de continuïteit en samenwerking in de sector laten te wensen over. Goede samenwerking rond een cliënt vraagt om een gezamenlijke visie op afbouw van delinquent of risicovol gedrag.”

Effectief professioneel handelen

Jacqueline Bosker: “Het is belangrijk om professionals in het forensisch sociale domein beter toe te rusten voor hun werk. Dit betekent dat ze wetenschappelijk onderbouwde vakkennis moeten hebben en deze moeten weten toe te passen. Maar ook het bewust inzetten en delen van ervaringskennis is belangrijk. Als lectoraat willen wij graag met de praktijk onderzoeken hoe we het professioneel handelen kunnen versterken. Want effectief handelen van forensisch sociale professionals is van groot belang voor de afbouw van delinquent of ander risicovol gedrag, om inclusie van delinquenten in de samenleving te ondersteunen en de veiligheid van kinderen en jeugdigen te vergroten.”

Persoonskenmerken

“Het personeelsverloop bij veel organisaties in het forensisch sociaal domein is aanzienlijk. We willen meer onderzoek doen naar het waarom”, aldus Bosker. “De belangstelling van studenten voor dit vak is groot, maar het is natuurlijk belangrijk om de nieuwe aanwas ook te behouden. Het blijkt dat naast kennis en vaardigheden bepaalde persoonskenmerken en positieve attitudes van belang zijn om dit werk vol te kunnen houden. Zoals empathisch vermogen, flexibiliteit, emotionele weerbaarheid en open staan voor het perspectief van de cliënt. We willen dan ook meer inzicht krijgen in de vraag welke professionals geschikt zijn voor dit werkveld en wat zij nodig hebben om het werk vol te blijven houden.”

Snellere hulp en meer zeggenschap

“Forensische cliënten vinden het dikwijls lastig om een hulpvraag te formuleren”, vervolgt Vivienne de Vogel. “Daardoor krijgen ze moeilijker de hulp die ze nodig hebben. Vaak zijn deze cliënten niet uit zichzelf gemotiveerd voor behandeling of begeleiding en liepen eerdere interventies vast. Zij kunnen vaak niet goed zelfstandig functioneren en kampen regelmatig met psychische problematiek. Een goede aansluiting tussen het forensische en sociale domein, en tijdig de hulp krijgen die zij nodig hebben, is voor deze groep heel belangrijk. Bijvoorbeeld hulp bij het op orde brengen van hun financiën, opvoeden van hun kinderen of voeren van hun huishouden. Ook is het goed om de cliënten en hun omgeving een grotere rol te geven bij de invulling van strafrechtelijke trajecten. De kans op een succesvol forensisch zorgtraject is namelijk veel groter wanneer cliënten dit mee bepalen.”

De titel van de openbare les van dr. Vivienne de Vogel & dr. Jacqueline Bosker is: Over ankers en verbindingen. Professionaliteit en continuïteit in het forensisch sociale domein. Ze zijn werkzaam bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader van het Kenniscentrum Sociale Innovatie, Hogeschool Utrecht.