Pre-promotietraject voor mbo-docenten met promotieambities in volle gang

18-04-2017

Het ministerie van OCW stimuleert promotieonderzoek door docenten. Hiermee wordt een onderzoekscultuur in scholen bevorderd en tegelijkertijd wordt er zo gewerkt aan een kwaliteitsverbetering van het onderwijs. In het mbo bevindt deze onderzoekscultuur zich nog in een beginstadium. Daarom is de weg naar een promotie voor de docent vaak geen gebaand pad. Mbo-docenten hebben vragen als: Hoe kom je van een idee tot een promotievoorstel? Of, wat houdt een promotietraject eigenlijk precies in? En: is het wel een realistische keuze?

Vanaf januari 2017 zijn 17 mbo-docenten betrokken bij het pre-promotietraject. Tot en met maart 2018 gaan zij zich oriënteren op een promotietraject (is promoveren wat voor mij?), hun onderzoeksvaardigheden opfrissen en werken aan een onderzoeksplan. Docenten werken vervolgens toe naar een aanvraag voor een promotiebeurs of verkennen andere paden om hun promotie te financieren. Het pre-promotietraject is ontwikkeld op initiatief van de beroepsvereniging opleiders in het mbo (bvmbo) met expertisecentrum beroepsonderwijs (ecbo), Lectoraat Beroepsonderwijs van Hogeschool Utrecht (HU) en de Open Universiteit (OU).

Niet alle deelnemers zullen uiteindelijk ook gaan promoveren. Voor degenen die besluiten geen promotieonderzoek te doen biedt het traject een opfrissing van onderzoeksvaardigheden. Dit kan docenten helpen om een (grotere) rol gaan spelen bij het coördineren of uitzetten van onderzoeksactiviteiten op de instelling, al dan niet binnen een practoraat. Of met collega’s in het team de eigen onderwijspraktijk kritisch onder de loep nemen.

Over de ervaringen van mbo-docenten met het pre-promotietraject verscheen onderstaand artikel in het Onderwijsblad van maart 2017 (de tekst van het artikel is op enkele punten aangepast):

Promotie helpt mbo-docent bij onderwijsverbetering

Zestien mbo-docenten zijn begin dit jaar begonnen met het voorbereiden van hun promotieonderzoek. Ze frissen onderzoeksvaardigheden op, formuleren een voorstel en zoeken een promotor aan een universiteit. Wat drijft hen?

‘Wetenschappelijk onderzoek geeft mbo iets extra’s’

Rob Schrijver, docent verpleegkunde ROC Rijn IJssel in Arnhem.

"Leraren kunnen al enkele jaren gebruik maken van de Promotiebeurs. Dat hebben tot nu toe zo'n 250 leraren gedaan, maar onder hen zijn nog nauwelijks mbo-docenten. Daarom heeft de Beroepsvereniging opleiders in het mbo, waar ik oud-bestuurslid van ben, een pre-promotietraject opgezet. Samen met het Lectoraat Beroepsonderwijs van  Hogeschool Utrecht, Expertisecentrum beroepsonderwijs Ecbo en de Open Universiteit.
Met dat traject helpen we docenten en enkele stafmedewerkers nu op weg. Ze bereiden zich een jaar lang voor, verkennen of promotieonderzoek iets voor hen is, frissen onderzoeksvaardigheden op (tevens behulpzaam bij doen van onderzoek in de eigen praktijk), ontwikkelen een onderzoeksplan, dienen dat in, bijvoorbeeld bij NWO Promotiebeurs voor leraren en kunnen na toekenning en na afstemming met hun promotor starten met hun promotieonderzoek."
Zelf doe ik ook mee aan het traject. Ik wil met name onderzoek doen naar de relatie tussen het onderwijs en het werkveld bij het gebruik van nieuwe zorgtechnologie. Er zijn allerlei technologische ontwikkelingen gaande in de zorg, van de invoering van elektronische dossiers tot domotica technologie waarmee gehandicapten zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Het onderwijs moet die ontwikkelingen volgen, maar loopt er soms ook op vooruit. Hoe verloopt die wisselwerking? Daar ben ik benieuwd naar.
Het voorbereidende traject voor de promovendi bestaat uit een aantal bijeenkomsten. Daar bovenop doe je nog een aantal uur per week aan zelfstudie. De tijd en de kosten krijg ik, net als de meeste andere deelnemers, vergoed door mijn werkgever. Onderzoek is immers vaak goed voor de kwaliteit van het onderwijs.
Ik vind het erg mooi dat we, met wetenschappelijk onderzoek, het mbo iets extra's kunnen meegeven. Ik vind het ook prettig om mezelf op deze manier te ontwikkelen. En er zit ook een stukje ambitie bij, laat ik daar eerlijk in zijn."

‘Ik snak naar meer onderzoek over onze manier van toetsen’

Giel Kessels, docent en loopbaanbegeleider bij Summa Automotive in Eindhoven.

"Mijn hart ligt bij auto's en bij het omgaan met jongeren. Die combinatie bracht me in het onderwijs. En ik ben steeds op zoek naar manieren om dat onderwijs leuker en beter te maken.
Ik zie dat veel beslissingen in het onderwijs te snel worden genomen: mensen zien een probleem of denken dat te zien en ze bedenken er meteen een oplossing voor. Er wordt weinig onderzoek gedaan naar de vraag of dat probleem eigenlijk wel bestaat en naar wat dan de beste oplossing zou zijn.
Tijdens de masteropleiding Leren en innoveren bij de Pedagogisch Technische Hogeschool ben ik met onderzoek in aanraking gekomen en ik snak naar meer. Vandaar dat ik nu aan dit pre-promotietraject meedoe.
Ik ben vooral geïnteresseerd in wat de manier van toetsing doet met de motivatie van een student. Tot nu toe gebruiken we in het onderwijs vaak multiple choice-toetsen, waarin vooral naar de opgedane kennis wordt gevraagd. De laatste jaren zijn we wel aan het experimenteren met andere vormen van toetsing, zoals het beoordelen van portfolio's die studenten zelf samenstellen. Dan toets je meer formatief: de toetsing is gericht op de voortgang van de student.
Multiple choice is lekker makkelijk voor de docent. Je stopt dertig leerlingen in een hok, legt een nakijk-matrijs over hun antwoorden en je bent klaar. Het beoordelen van een portfolio en het geven van feedback daarop, is een hele klus. Maar ik denk dat studenten dan veel beter hun ontwikkeling kunnen laten zien. Dat is voor hen, denk ik, toch veel motiverender dan het maken van een multiple choice-toets.
Ik ben blij met het pre-promotietraject: het laat zien dat er ook in het mbo serieus werk gemaakt wordt van onderzoek. Goed onderwijs vergt goed doordachte beslissingen en die neem je nu eenmaal op basis van goed onderzoek."

'Hoe zetten we de rekendocent weer in zijn kracht?'

Kooske Franken, rekenadviseur bij het Kenniscentrum Taal en Rekenen van het Albeda College in Rotterdam en voorzitter van het platform rekendocenten van de beroepsvereniging van opleiders in het MBO.

"In 2010 werd rekenonderwijs wettelijk verplicht op het mbo, en sindsdien geef ik het vak rekenen. Dat ging goed: de studenten raakten gemotiveerd, de collega's waren enthousiast en we zagen de resultaten stijgen. Totdat de minister vorig jaar besloot rekenen uit de zak- slaagregeling te halen. Studenten moesten het vak nog wel volgen in het mbo, maar ze konden er niet op zakken.
Toen ben ik echt heel boos geworden. Ga er maar aan staan: hoe gemotiveerd denk je dat studenten nog zijn, als het vak toch niet meetelt voor het examen? Mijn collega’s en ik waren echt lamgeslagen.
Ik wil nu voor mijn promotie onderzoek gaan doen naar hoe we de rekendocent weer in zijn of haar kracht kunnen zetten. In het voortraject van de promotie worden we begeleid in het stellen van onderzoeksvragen en bijvoorbeeld het doen van literatuurstudie. Zelf heb ik tijdens mijn masteropleiding wel eens onderzoek uitgevoerd, maar dat is zestien jaar geleden. Wat opfrissing kan nooit kwaad.
Hoe ik mijn onderzoeksvraag precies zal gaan luiden, moet nog blijken. Maar ik wil mijn onderzoek in elk geval niet richten op rekendidactiek: op dat gebied is al zoveel onderzocht. Het gaat me echt om de docent."

Bron: het Onderwijsblad, nr. 4, 2017. Auteur: R Voorwinden

Inhoudelijke informatie over het pre-promotietraject: Patricia Brouwer (ecbo) patricia.brouwer@ecbo.nl en Anne Khaled (Lectoraat Beroepsonderwijs Hogeschool Utrecht) anne.khaled@hu.nl.
Contactpersoon vanuit bvmbo: Marjolein Held (voorzitter bvmbo) marjolein.held@bvmbo.nl 
Vragen over of interesse in het pre-promotietraject? Maak uw interesse kenbaar bij Diana Ploegaert: Diana.Ploegaert@ecbo.nl