Ontwerp tackelt probleem met vaktaal in natuurkunde, scheikunde en techniek

06-06-2018

Leerlingen ondervinden problemen met het begrijpen en produceren van vaktaal in de schoolvakken natuurkunde, scheikunde en techniek. Die problemen doen zich ook voor bij redeneringen die horen bij deze vakken. In zijn proefschrift beschrijft HU-onderzoeker Gerald van Dijk wat bekend is over de taal van de natuurwetenschappen en techniek en hoe een docent leerlingen daarmee zou kunnen helpen. Zijn promotie vond 28 mei plaats bij de Universiteit Utrecht.

Promotie Gerald van Dijk

Van Dijk: "Het probleem zit op het snijvlak van taal en vakinhoud. Om de leerlingen daarmee te helpen, is het belangrijk dat docenten de problemen herkennen én dat ze er in hun onderwijsaanpak rekening mee houden. Dat vereist een bepaalde didactische aanpak. Die moest nog goed worden beschreven voor deze vakken en dat heb ik tijdens mijn promotieonderzoek gedaan."

Redeneringen
"De manier die ik heb beschreven in mijn onderzoek en die we hebben uitgeprobeerd: maak aan de hand van voorbeelden duidelijk aan de leerlingen wat er in dit vakgebied bijzonder is aan de redeneringen. Een bekend voorbeeld voor natuurkundedocenten is spanning (stroom). In de natuurkunde wordt gezegd: ‘er slaat spanning over bij aansluitpunten’. Je zegt niet: ‘er staat stroom op’. Het lijkt spijkers op laag water zoeken, maar je kan leerlingen goed duidelijk maken dat het een reden heeft om het zo te formuleren. De wijze van uitdrukken luistert soms vrij nauw, maar daar zijn dus redenen voor. Als leerlingen dat begrijpen en aan de hand van voorbeelden zien, dan kunnen ze de redeneringen beter hanteren.”

Ontwerp ontwikkeld
Om het probleem met het ontwikkelen van vaktaalvaardigheid op te lossen, heeft Van Dijk gedurende drie jaar een onderwijsontwerp beproefd en doorontwikkeld. Daarmee worden leraren in spé getraind tijdens hun opleiding. Dat ontwerp bestaat uit duidelijk omschreven interventies voor de lerarenopleiding, voor de cursusvakken natuurkunde, scheikunde en techniek, voor vakdidactiek en stage. De studenten passen de taalgerichte vakdidactiek met name toe bij het practicumverslag, want dat is een type tekst waarin veel aspecten van de vaktaal samenkomen. Ze leren daardoor taal te zien als een wezenlijk onderdeel van de natuurwetenschappen en techniek. We weten nu dus beter hoe we in deze vakken leraren zodanig op kunnen leiden dat zij hun leerlingen kunnen helpen de vaktaal te begrijpen en te produceren.”

Van Dijk: “We laten de studenten voortdurend met elkaar en met de opleider in gesprek zijn, met de vraag: hoe zou je dit nu op jouw school kunnen toepassen? We hebben uitgekiende manieren ontwikkeld om studenten met elkaar over dit probleem en oplossingen te laten praten. Conclusie: het ontwerp is goed ingebed in de diverse lerarenopleidingen."  

Samenwerking
Van Dijk heeft tijdens zijn onderzoek samengewerkt met diverse partijen. "Om te beginnen met verschillende types opleiders en vakdidactici van de opleidingen natuurkunde, scheikunde en techniek. We hebben ook samengewerkt met promotoren en met experts op het gebied van taal. Natuurlijk moest ik ook aan de slag met mensen die veel weten over het opleiden van leraren. Verder heb ik samengewerkt met studenten van de drie opleidingen. Het ontwerp heb ik de eerste keer beproefd en verfijnd in het tweede jaar, een jaar later heb ik hetzelfde gedaan bij een nieuwe groep tweedejaars. Veel studenten heb ik uitgebreid geïnterviewd."

"Waar ikzelf trots op ben, is dat we met het ontwerp iets nieuws hebben ontwikkeld: het samenbrengen van taal en vak in de lerarenopleidingen. Dat was nog niet eerder gedaan in de bètatechnische vakken. Het ontwerp sluit echt goed aan bij de behoeften van de praktijk."