Onderzoek zorgbehoefte jonge moeders: "Ineens draait alles om"

06-06-2018

Het lectoraat Innovatieve Maatschappelijke Dienstverlening van Hogeschool Utrecht heeft in opdracht van het ministerie van VWS onderzoek verricht naar de ondersteuningsbehoefte van jonge moeders. De minister en staatssecretaris van VWS boden het rapport aan de Kamer aan op 28 mei.

“Ineens draait alles om”. Het rapport van het lectoraat IMD van Hogeschool Utrecht draagt een treffend citaat als titel. Het is afkomstig van een van de 34 (zeer) jonge moeders (tot 23 jaar) die de onderzoekers interviewden. Voor onderzoeker Sabrina Keinemans dekt de uitspraak de lading perfect. “Het leven van jonge moeders staat vaak op zijn kop als ze ontdekken dat ze zwanger zijn. Afhankelijk van de situatie waar ze in zitten, hebben ze ondersteuning nodig. De zwangerschap kan echter ook een positief keerpunt zijn: een motivatie om je leven goed op de rit te krijgen, juist omdat je nu verantwoordelijkheid draagt voor een kind.” 

Complex

Maar met motivatie alleen komen ze er niet, wijst het onderzoek uit. “Er zijn vaak praktische problemen rond huisvesting en financiën. Jonge vrouwen hebben nog geen buffers, soms zijn er schulden, ze wonen misschien nog bij hun ouders. Ook het combineren van zorg, werk en school vraagt aandacht. Daarnaast zijn er relationele vragen rondom identiteitsvorming, sociale positie en netwerken.” De onderzoekers voerden uitgebreide gesprekken met de jonge moeders, en ook met 32 hulpverleners die met jonge moeders werken. “Daaruit komt naar voren dat de situatie van veel jonge moeders erg complex is. De verschillende zorgbehoeftes interacteren met elkaar en versterken elkaar daardoor.” 

Ondersteuning

Keinemans benadrukt dat er op diverse plaatsen in Nederland een zorgaanbod voor (zeer) jonge moeders beschikbaar is. “Wij spraken met professionals die zich met hart en ziel inzetten voor jonge moeders. Ook zijn er verhoudingsgewijs weinig zeer jonge moeders in ons land. Maar omdat het om een kwetsbare doelgroep gaat met complexe problematiek, is het zaak dat het zorgaanbod daar goed op wordt afgestemd. Zeker sinds de omwenteling in 2015, waarbij veel voorzieningen zijn overgeheveld van het rijk naar de gemeenten.” 
De onderzoekers stellen vast dat het gemeentelijk aanbod van voorzieningen uiteenloopt. Sommige gemeenten leggen sterk de nadruk op zelfredzaamheid: jonge moeders moeten zich tot het eigen netwerk wenden en er wordt veel van hen gevraagd ten aanzien van financiële zelfredzaamheid of participatie in werk en scholing. Keinemans en haar collega’s wijzen erop dat dat geen productieve aanpak is. “Moeders moeten de tijd en ruimte krijgen om hun leven op orde te krijgen. Dat begint bij ondersteuning bij urgente problemen op het vlak van financiën en huisvesting. Sommige moeders kunnen zelfs geen luiers kopen. Bovendien is het belangrijk te beseffen dat netwerken niet altijd voldoende krachtig zijn om moeders bij hun zorgvragen te ondersteunen. Het mag dus wel wat minder met dat beroep op zelfredzaamheid.” Een andere aanbeveling die de onderzoekers doen, is om niet alleen te focussen op praktische en materiële ondersteuning maar ook een relationeel zorgaanbod te bieden. Ook zouden gemeenten er goed aan doen om van elkaar te weten wat er aan voorzieningen voorhanden is en deze te delen. 

Stigma

Het lectoraat bemachtigde de opdracht van het ministerie van VWS via een tender. “Wij zijn uitgenodigd vanwege onze expertise met kwetsbare groepen”, zegt Keinemans. Zelf promoveerde zij op een onderzoek naar tienermoeders. Die term wordt overigens door deze groep als stigmatiserend ervaren, en dat wordt in het rapport ook aangeroerd. “In dit lectoraat willen wij recht doen aan de mensen die bij ons onderzoek betrokken zijn. Als wij merken dat moeders last hebben van zo’n stigma, dan willen wij de negatieve associaties daarbij in beeld brengen, en kenbaar maken dat dergelijke beeldvorming niet helpt.”

Het rapport is hier te downloaden. In het regeerakkoord is afgesproken dat er geld wordt vrijgemaakt voor betere zorg aan jonge moeders. Het ministerie van VWS gebruikt het onderzoek om de inzet van dat geld te bepalen, en gebruikt de resultaten voor het programma Kansrijke Start.