Onderzoek gesprekken zorgprofessionals en kankerpatiënten over seksualiteit

14-12-2018

Hoewel er steeds betere behandelingsmogelijkheden zijn, blijven (ex-)kankerpatiënten vaak nog jarenlang leven met de gevolgen van de ziekte. Zo ervaart bijna twee derde van hen achteruitgang in intimiteit en seksualiteit. Een probleem dat in gesprekken met zorgprofessionals lang niet altijd herkend wordt. Met haar promotieonderzoek wil Irene Kelder deze professionals handvatten bieden om gesprekken over intimiteit en seksualiteit te verbeteren.

Irene KelderEr zijn ongeveer 770.000 mensen in Nederland die leven met kanker of die kanker hebben gehad. Veel van hen ervaren problemen met intimiteit en seksualiteit. Daarbij gaat het niet alleen om fysieke problemen, maar ook om psychologische en sociale problemen, waaronder een negatief lichaamsbeeld, veranderingen in de partnerrelatie en negatieve emoties als gevolg hiervan. Irene Kelder, onderzoeker bij het Lectoraat Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein (PubLab) van Hogeschool Utrecht: ”Het speelt niet alleen een rol bij gynaecologische kanker of borstkanker; alle vormen van kanker kunnen tot deze klachten leiden.”

Ook maar mensen

Patiënten blijven vaak lang rondlopen met zorgen en vragen hierover. Het is voor zowel zorgprofessionals als patiënten dan ook een lastig onderwerp om te bespreken. “Medisch specialisten erkennen het probleem. Toch vinden ze het moeilijk om erover te beginnen”, stelt Kelder. “Vaak staat er maar één vraag in het zorgprotocol over eventuele gevolgen voor de seksuele beleving. Het is makkelijk die over te slaan. Er valt zoveel te bespreken. Dan denkt een arts bijvoorbeeld, deze patiënt is al zo oud, ik hoef vast niet meer over de gevolgen voor de seksualiteit te beginnen. Of een mannelijke arts voelt zich ongemakkelijk om dit onderwerp bij een vrouwelijke patiënt aan te snijden." Artsen zijn ook maar mensen.

Aandacht voor hebben

Toch is het volgens Kelder belangrijk dat bij kanker herhaaldelijk over seksualiteit wordt gepraat. “Voorafgaand aan het behandeltraject kan zo’n gesprek patiënten helpen om een keuze te maken over de behandeling die zij wensen. Zelfs jaren na behandeling hebben veranderingen in seksualiteit invloed op de kwaliteit van leven. Door hier als zorgprofessional aandacht voor te hebben in gesprekken met de patiënt, kunnen seksuele problemen worden herkend en behandeld.” Deze vraag sluit aan op de trend in de gezondheidszorg meer nadruk te leggen op de kwaliteit van leven. “Er zijn ook steeds betere behandelingsmogelijkheden, de kans op genezing is enorm toegenomen. Daardoor kijken we meer naar de kwaliteit van het leven ná de ziekte. Hoe kunnen we die zo hoog mogelijk houden?” 

Handvatten bieden

In haar promotieonderzoek wil Kelder aan de hand van de discursieve psychologie meer inzicht verkrijgen in de gesprekszorgen die het bespreken van intimiteit en seksualiteit bij kanker in de weg staan. Daarnaast wil zij zorgprofessionals, in de vorm van een gesprekstraining, handvatten bieden om gesprekken over intimiteit en seksualiteit te verbeteren. Er is internationaal namelijk wel eerder onderzoek gedaan naar deze problematiek, maar daarbij bleef het bij het in kaart brengen van het probleem. Een onderzoek specifiek gericht op de communicatie, met de intentie tot hulpmiddelen voor verbetering te komen, is nog niet gedaan. Irene Kelder start haar onderzoek, genaamd ‘Praten over intimiteit en seksualiteit in een medische setting: een onderzoek naar gesprekken tussen zorgprofessionals en patiënten met kanker’, in januari 2019 en verwacht dit in 2023 af te ronden.