Meetinstrument moet bijdragen aan betere behandeling bij afasie

25-09-2019

Afasie, een taalstoornis na hersenletsel, heeft enorme consequenties voor iemands communicatieve participatie. Naast het diagnosticeren en behandelen van de taalproblemen is het dan ook belangrijk dat logopedisten aandacht besteden aan de impact van afasie op de communicatieve participatie. “Zij willen de behandeling hier wel op richten, maar hebben nu niet de middelen om het probleem goed in kaart te brengen en te evalueren” stelt Nicole ter Wal van Hogeschool Utrecht. Met haar promotieonderzoek wil zij hier verandering in brengen.

afasie

Veel mensen met afasie verliezen vrienden en hebben moeite met weer aan het werk te gaan. 90% geeft aan in sociale isolatie te komen. Het is van groot belang dat deze mensen weer leren communiceren in een sociale context: leren hoe ze kennis, ideeën en gevoelens kunnen uitwisselen. Bij de behandeling van mensen met afasie hebben logopedisten echter nog weinig inzicht in problemen met communicatieve participatie. “Zij zien de geïsoleerde taalproblemen, maar missen tools om de veel complexere problemen rond communicatieve participatie in kaart te brengen”, stelt docent-onderzoeker Nicole ter Wal van Hogeschool Utrecht. Zij gaat voor haar promotieonderzoek kijken hoe communicatie participatie van mensen met afasie na niet-aangeboren hersenletsel betrouwbaar kan worden vastgesteld, zodat logopedische therapie daar beter op kan worden afgestemd.

Betrouwbare meting

Door met een grote groep mensen met afasie in gesprek te gaan over reeds bestaande vragenlijsten over communicatieve participatie, wil Nicole ter Wal uiteindelijk tot een bruikbare set vragen komen die geschikt zijn voor een Computer Adaptieve Test (CAT). In een CAT worden de vragen die gesteld worden bepaald op basis van het antwoord op eerdere vragen. De selectie en het aantal vragen dat gesteld wordt, kan dus per persoon verschillen. Toch krijgt elke persoon een score die te vergelijken is met scores van andere personen (die andere vragen hebben ingevuld), omdat alle vragen op dezelfde schaal gekalibreerd zijn. CAT heeft als groot voordeel dat veel minder vragen hoeven te worden gesteld om een betrouwbare meting te doen van iemands gezondheidstoestand – of in dit geval: een schatting van in hoeverre iemand communicatief kan participeren. Ter Wal gaat een vragenlijst voor zo’n CAT opstellen en de betrouwbaarheid van deze lijst onderzoeken. “Vervolgens ga ik kijken in hoeverre het meetinstrument een verandering in de communicatieve participatie na een periode van therapie kan meten.” 

Meedoen?

Het promotieonderzoek wordt gefinancierd met een HU promotievoucher voor docent-onderzoekers. Het is een samenwerking tussen Kenniscentrum Revalidatiegeneeskunde Utrecht (promotor Prof. Dr. Anne Visser-Meily), de PROMIS groep (co-promotor Dr. Caroline Terwee, VUMc), en HU Lectoraat Logopedie: Participatie door Communicatie (promotor Prof. dr. Ellen Gerrits (UU), en co-promotor dr. Lizet van Ewijk (HU/UU). 

Meer lezen, meedenken of meedoen? Kijk dan op de onderzoekssite.