Jongerenwerkers niet objectief bij signaleren extremisme

24-05-2017

Hoe schatten sociaal werkers in of adolescenten aan het radicaliseren zijn of (gewelddadig) extremistisch gedrag vertonen? Zien zijzelf überhaupt een verschil tussen deze twee termen? Het Kenniscentrum Sociale Innovatie van Hogeschool Utrecht ondervroeg jongerenwerkers door heel Nederland over hun oordeelsvorming aangaande afwijkend gedrag.

Annemarie van de Weert (l) en Quirine A.M. Eijkman (r)Hoewel (gewelddadig) extremisme onder jongeren vooralsnog een zeldzaam fenomeen blijkt, en uitreizen om zich aan te sluiten bij Jihadistische strijdgroepen in het buitenland anno 2017 nog maar sporadisch voorkomt, ligt er een nadrukkelijke boodschap vanuit de overheid om alert te zijn op de eerste tekenen van afwijkend gedrag. Jongerenwerkers zijn hierdoor deels gaan fungeren als ‘agenten van sociale controle’. Waar echter weinig rekening mee gehouden lijkt te worden, is dat zij opereren in een leefwereld waar ze deels moeten varen op hun eigen normen en waarden. Om die reden is het naast het evalueren van radicaliseringsbeleid, maatregelen en interventies evenzo belangrijk om de sociale professionals te onderzoeken die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering.

Niet geheel objectief

Op basis waarvan oordelen jongerenwerkers of het gedrag van een jongere in potentie riskant is voor de samenleving? Bij gebrek aan een helder kader over wat radicalisering en extremisme precies is, blijkt dit proces vooral af te hangen van de eigen, individuele perceptie op de problematiek. Het rapport van het Kenniscentrum Sociale Innovatie concludeert dan ook dat oordeelsvorming in de context van signalering van gewelddadig extremisme ogenschijnlijk weinig gestructureerd verloopt en niet geheel objectief is. 

Focus verleggen

Lokale jongerenwerkers lijken in de huidige situatie onvoldoende geëquipeerd om op lokaal niveau dreigingen te signaleren die voortkomen uit geesteshoudingen. Daarmee is er een risico op bestuurlijke willekeur en neveneffecten als stigmatisering, waarmee het terrorismebeleid op lokaal niveau mogelijkerwijs niet het effect sorteert dat het beoogt. De auteurs van het rapport vragen zich dan ook af: moet de focus van het beleid op lokaal niveau niet verlegd worden naar het voorkomen van extremistisch geweld, in plaats van het tegengaan van radicaal gedachtegoed of ideologieën? Daarmee leveren zij een bijdrage aan de discussie over het Nederlandse beleid om (gewelddadig) extremisme en terrorisme tegen te gaan. 

Lees het verkende rapport “De lokale jongerenwerker over de wirwar van het signaleren van radicalisering versus extremisme”. Auteurs zijn Annemarie van de Weert, onderzoeker en Quirine A.M. Eijkman, lector Toegang tot het Recht bij Hogeschool Utrecht.

Afbeelding: Annemarie van de Weert (l) en Quirine A.M. Eijkman (r)

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten