HU-promovendus Lalleman beschrijft de ideale verpleegkundig manager

15-11-2017

Pieterbas Lalleman, onderzoeker van het Lectoraat Chronisch Zieken van de HU, beschrijft in zijn proefschrift de ideale verpleegkundig manager in het ziekenhuis. Deze ideale managers zijn volgens Lalleman onderzoekend, doen eerst een analyse in plaats van dat er een pleister wordt geplakt en ze weten de verpleegkundige neiging om altijd maar te zorgen, te onderdrukken. 16 november verdedigt Lalleman zijn proefschrift bij de Universiteit Utrecht.

Pieterbas Lalleman 02In zijn proefschrift onderzoekt Lalleman het dagelijks werk van verpleegkundig managers in ziekenhuizen. Hij ontdekte dat er grote verschillen zijn tussen de managers. Zo zijn er managers die als een soort verpleegkundige op de afdeling hun werk blijven doen, maar dan als leidinggevende. Ze slaan snel aan op de hulpvraag, reageren ad hoc en zijn erg zorggericht. Een ander type verpleegkundig manager is onzichtbaar op de afdeling omdat hij in zijn kantoor zit, waar hij druk is met het rooster, projecten en vergaderingen. “Bij deze manager raken de patiënten uit beeld. Hij wordt opgeslokt door de organisatie.”

Ideale type manager

Het ideale type managers weet de neiging tot zorgen op te schorten, zegt Lalleman, en in het moment een bewuste afweging te maken om te handelen of juist even niets te doen. Ze ontwikkelen een onderzoekende houding. Ze stellen vragen over wat ze zien gebeuren, zowel rondom de patiënt als in de organisatie als geheel. Deze managers werken meer evidence based en stellen vragen zoals; ‘is hier literatuur over?’ Zij zijn in staat om de hele keten van de patiënt in beeld te hebben en daar slimme vragen over te stellen. Dus niet alleen ‘hands-on’ dicht bij de patiënt, maar ook ‘heads-on’ patiëntgericht werken. Dat laatste is lastig, want dat vraagt van hen om ook tijdens lange vergaderingen over ogenschijnlijk niet-patiënt-gerelateerde onderwerpen toch de vraag te stellen: ‘wat heeft de patiënt hier aan, hoe beïnvloed ik ook vanuit deze positie cruciale patiëntenuitkomsten?’.”

Wat is het grote voordeel voor de patiënt van de ideale manager?
“De nieuwe soort manager kiest niet voor snelle oplossingen bij de problemen die spelen bij patiënten, zoals bijvoorbeeld: pijn, vallen of doorliggen. Hij gaat daadwerkelijk onderzoeken: hoe kunnen we op basis van de beste evidence nu meters maken voor deze patiëntengroep? De patiënt heeft daar baat bij.”

“In het proefschrift heb ik een leertool ontwikkeld voor managers, zodat ze goed snappen: hoe zit mijn zorggedrag in elkaar? De manager moet begrijpen dat die zorgneiging hem ook in de weg kan zitten.”

“In het laatste hoofdstuk van het proefschrift beschrijf ik hoe managers in een ander ziekenhuis de manager daar gaat observeren. Dan hoef je niet een hele managementcursus te volgen. De manager krijgt de opdracht: ik kijk hoe de ander het doet, maar ik mag er niks van vinden en er alleen maar vragen over stellen. Ze zien allerlei problemen die acht uur lang op die andere manager afkomen. Als de observerende manager terugkeert op het eigen werk, en een identieke situatie doet zich voor als in dat andere ziekenhuis, dan beseft hij: ‘die ene manager ging helpen, maar dat had helemaal geen zin. De manager had beter even een vraag kunnen stellen’. Mijn conclusie: als managers bij elkaar gaan kijken, dan bevordert dit hun leiderschapsontwikkeling.”

Volgens jou moet de komende jaren meer geïnvesteerd worden in de opleidingen. Kan je dat toelichten?
“Ik wil dat de verpleegkundige, dus niet alleen de manager, onderzoekender wordt. Daarom moet er in het curriculum aandacht worden besteed aan onderzoek, analyseren en systemisch denken. Het gaat niet alleen om jij en de patiënt, maar het draait ook om jij en de organisatie waarin je werkt. In de opleiding vertellen we daar weinig over. We leiden vier jaar lang verpleegkundigen op, waarbij we heel veel aspecten van het zorgverlenen laten zien. En na vier jaar laten we ze los in één van de meest complexe organisaties. De afgestudeerden moeten over meer vaardigheden beschikken dan alleen maar: goed voor de patiënt zorgen. Ik pleit voor een algehele upgrade van alle verpleegkundige niveaus: mbo, hbo, wo en PhD, waarbij in het curriculum zowel het zorg- als het organiseerwerk centraal staat.”

Wilt u het proefschrift van Lalleman downloaden? Dat kan hier.