HU actief in Europees project voor niet-bancaire financieringen

20-06-2018

HU-lector Lex van Teeffelen is toegetreden als lid van de Raad van Advies van het Horizon 2020 project Altfinator. In dit project werken twaalf landen uit Centraal en Zuid(oost)-Europa samen om de toegang tot niet-bancaire financiering voor het kleinbedrijf te verbeteren. Daarbij gaat het met name om nieuwe vormen van (crowdfund)leningen.

Bratislava

Nederland is op het gebied van niet-bancaire financiering één van de koplopers in Europa, door de grote diversiteit in en hoeveelheid van aanbieders. “Wat ook heeft bijgedragen aan deze benoeming, is dat ons HU-onderzoek naar alternatieve financiering als pragmatisch en bruikbaar wordt gezien. Denk daarbij aan lopend promotieonderzoek bij Qredits en het project Gestapeld Financieren,” aldus HU-lector Lex van Teeffelen. “Daarin werken wij al geruime tijd samen met Robert Kleverlaan, partner van de CrowdfundingHub en directeur van het European Center of Alternative Finance (ECAF). Die doet ook mee bij Alfinator en vroeg mij deel te nemen.”

Hoge drempels

Naast Nederland zijn Engeland en Estland voorbeeldlanden, waar veel alternatieve aanbieders actief zijn. Wat zijn de belangrijkste verschillen en overeenkomsten? Van Teeffelen: “Waar je in Nederland honderden niet-bancaire partijen tegenkomt, zie je in landen als Portugal, Italië, Polen, Hongarije of Slowakije er geen of maar een handvol. De drempels voor financiering zijn daar hoog voor kleine bedrijven. Online factoring, online leasing, crowdfunding en microfinanciering bestaan niet of in een heel andere vorm.”

Worstelen met regelgeving

Er zijn ook veel overeenkomsten, stelt Van Teeffelen. “Overheden, ondernemers en adviserende partijen blijven vaak in de groef van het bekende hangen. Banken zijn onvoldoende toegerust om lage bedragen te financieren of vinden die niet interessant of te riskant. Regelgeving is belemmerend of juist geheel ontbrekend voor nieuwe toetreders. Banken hebben een monopolie en een machtige lobby. Ook in Engeland en Nederland worstelen we met de regelgeving, de ontbrekende kennis bij de intermediairs en de geringe kennis van ondernemers van financiële zaken. Door de immense impopulariteit van grootbanken zijn bij ondernemers, publiek en politiek hier echter eerder de ogen opgegaan. Engelse, Este en Nederlandse beleidsmakers hebben veel eerder ingezien en ingezet op een grotere diversiteit aan niet-bancaire financiers. Je ziet in die landen de samenwerkingen tussen banken en niet-bancaire verstrekker steeds meer tot stand komen.”

Parallel met Nederland

Een opvallend aspect in de Centraal Europese landen is volgens Van Teeffelen, dat nieuwe toetreders schrikken van de vele publieke en staatsfondsen waar ondernemers een beroep op kunnen doen. De communistische gedachte dat de staat voor iedereen kan zorgen, waart nog steeds rond. Ook blijken goede relaties met politieke partijen van belang te zijn. “Dat is voor kleinere partijen en nieuwe toetreders altijd lastig. Toch zie je ook de parallel met Nederland dat het kleinbedrijf wordt vergeten. Dat zie je terug in het Nederlandse kabinetsbeleid. De dividendbelasting voor grote bedrijven wordt afgeschaft, terwijl belasting over winstnemingen en dividend in het mkb wordt verhoogd. In die zin moeten we dus niet te ver met de borst vooruitlopen als we naar Centraal Europa kijken.”

Foto: Bijeenkomst Raad van Advies en projectleden Alffinator op 6 juni 2018 in Bratislava