"Docenten moeten mbo-studenten uitnodigen samen hardop te redeneren"

24-04-2018

Mbo-studenten leren hun beroepskennis zowel in theorie als in de praktijk. Hoe sluit deze kennis op elkaar aan en hoe passen de studenten het toe? Hoe kan beroepskennis effectiever worden overgebracht? Volgens HU-onderzoeker Wenja Heusdens helpt het als docenten studenten open vragen stellen en hen uitnodigen samen hardop te redeneren. Dit stelt zij in haar proefschrift, dat zij woensdag 25 april verdedigt bij de Universiteit Utrecht.

Wenja HeusdensMet haar onderzoek wilde Heusdens grip krijgen op beroepskennis en de ontwikkeling van beroepskennis bij mbo-studenten. Zij heeft daarvoor volop studenten ingezet: 56 studenten horecamanager-ondernemer (BOL niveau 4) en 72 zelfstandig werkende koks (BOL niveau 3) die groepsgewijs iedere zes weken een sandwichbar runde op de campus van hun opleiding. Zij ontdekte dat studenten niet spontaan kijken naar de bredere context waarin zij hun beroepshandelingen uitvoeren: “Ze zijn gewend om in de beroepspraktijk taken uit te voeren en konden hier goed over vertellen. Het bleek dat zij in mindere mate bezig waren met het grotere geheel, bijvoorbeeld met het doel van de activiteiten. Als zij hiertoe werden uitgenodigd, konden zij ook hierover prima beroepskennis naar voren brengen, maar enige stimulatie van de interviewers was hiervoor wel nodig.”

Fragmentarisch
Heusdens onderzocht hoe mbo-studenten beroepskennis tijdens de beroepsuitoefening ontwikkelen. Volgens haar pendelt een student continu tussen het berdeneren hoe een concept adequaat toegepast dient te worden (het concretiseren van theorie) en hoe hij de praktische uitvoering van werk kan verantwoorden (het veralgemeniseren van kennis en ervaringen). De context van het handelen is echter zeer belangrijk voor een goede beroepsuitoefening. Daarom is het belangrijk niet fragmentarisch te leren, stelt Heusdens in haar proefschrift. "Leren voor een beroep is niet het leren van allerlei losse onderdelen, zoals Nederlands, wiskunde en beroepsgerichte vakken, waarbij men dan verwacht dat de student deze zelf wel aan elkaar koppelt. Leren voor een beroep is juist het leren verbinden en toepassen van uiteenlopende vormen van kennis in je beroepscontext. Je moet bijvoorbeeld begrijpen dat voor het maken van een taart je wiskundige formules moet kunnen toepassen of bepaalde chemische processen rondom koken moet begrijpen om een roux te kunnen maken."

Onverwachte opbrengst
Een onverwachte maar veelbelovende opbrengst van het onderzoek is het effect op het handelen van docenten geweest, aldus Heusdens. "De docenten die aanwezig waren tijdens de dataverzameling zeiden dat zij bewuster zijn geworden van hun rol als begeleider. En dat zij studenten actief gaan uitnodigen om zelf te redeneren wat zij doen, waarom en met welk doel. Zij zeiden ook meer leermomenten in het werk te herkennen. Zo zijn ze geneigd in onderwijssituaties nog vaak in te grijpen en taken over te nemen, bijvoorbeeld als er rook uit de oven komt. Het is beter zulke momenten als betekenisvolle leersituaties voor studenten te kenmerken en studenten uit te nodigen de situatie zelf te beoordelen en daarover samen hardop te redeneren."

Meer informatie
Wilt u meer weten over onderzoeker Wenja Heusdens? Ga dan naar onderzoek.hu.nl. Heusdens verdedigt woensdag 25 april haar proefschrift ‘Food for thought. Understanding students' vocational knowledge’. Dit gebeurt van 14.30 tot 15.30 uur in het Academiegebouw van de UU. Haar promotor(es) zijn: HU-lector Elly de Bruijn en HU-onderzoeker Liesbeth Baartman.

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten