PGO naar persoonsgebonden aanpak

Dit onderzoek draagt bij aan de versterking van veiligheid op persoonsniveau en is gericht op het werken aan het identificeren van belangrijke kenmerken en structuren die professionele en beleidsmatige keuzes kunnen onderbouwen vanuit een kennisbasis gebaseerd op grotendeels bestaande registratiesystemen. Dit faciliteert daarnaast evaluatie van de keuzes en daarmee het lerend vermogen van een organisatie. Binnen deze onderzoekslijn gaat aandacht uit naar toepassing bij breed antisociaal gedrag waaronder overlast plegen en jeugddelinquentie. Er wordt gewerkt aan nieuwe kennis en methoden om via informatiegestuurd werken meer maatwerk te leveren bij de aanpak van daders.

Informatiegestuurd werken is bij uitstek versterkend aan wat Persoonsgebonden Aanpak (PGA) wordt genoemd. Deze aanpak is specifiek gericht op daders van misdrijven met grote impact (High Impact Crimes; HIC), zoals (huiselijk) geweld en woninginbraken. PGA en HIC zijn bestempeld als twee van de vier prioriteiten binnen de veiligheidsstrategie 2015-2018 van de veiligheidscoalitie Midden-Nederland. De bekendste PGA-methodiek is overigens de top 600 aanpak uit Amsterdam (nu top 1000), maar lokaal wordt nu overal gewerkt aan de ontwikkeling van PGA. Er zijn veel professionals vanuit verschillende organisaties bij PGA betrokken. Naast politie, OM en gemeente, zijn dat de reclasseringsorganisaties, forensische hulpverlening, schuldhulpverlening, woon- en arbeidsbegeleiding en (indien van toepassing) de Raad voor de Kinderbescherming en jeugdzorg. Samen met de gemeenten Hilversum, Veenendaal, Wijk bij Duurstede & Zeist doet het lectoraat Kennisanalyse Sociale Veiligheid vanaf juni 2018 twee jaar onderzoek naar lokale verbetertrajecten voor een effectievere integrale samenwerking voor deze groep.

Reclasseringsorganisaties willen ook meer informatiegestuurd gaan werken. In oktober 2017 is een promotieonderzoek gestart waarbij registratiebestanden van de reclassering en het Openbaar Ministerie aan elkaar worden gekoppeld en geanalyseerd om inzicht te krijgen in de kenmerken van reclasseringscliënten. Daarbij wordt specifiek gekeken naar recidive- en resocialisatiegerelateerde kenmerken die van belang worden geacht voor het kunnen ontwikkelen van een persoonsgerichte aanpak. Op basis van theorieën uit de ontwikkelings- en levensloopcriminologie is bekend dat er verschillen zijn tussen kenmerken en delictpatronen van daders. De factoren die recidive en resocialisatie voorspellen zijn voor de ene dadergroep dan ook anders dan bij een andere dadergroep. Kennis over kenmerken van reclasseringscliënten kan professionals helpen om beter in te spelen op individuele factoren van cliënten. 

Vanuit het lectoraat is tevens meegewerkt aan twee projecten over gewelddadige radicalisering, Safire over het proces van radicalisering en IMPACT over evaluatie van deradicaliseringsinterventies.